Unite d'habitation

corbusierbauLe Corbusier is een van grondleggers van de oude Bijlmer. Hij formuleerde met de Nederlander Van Eesteren in de jaren '30 de principes van de functiescheiding. Werken, wonen, verkeer en ontspannen moesten naast elkaar gelegd worden. Geen vermenging van functie, want dan zou elke functie een deel van zijn effectiviteit verliezen. Bij het begrip wonen werd Le Corbusier geinspireerd door de kloostergemeenschap: een groep mensen die niet alleen samen wonen in gelijke cellen, maar ook samen ruimte en activiteiten delen. In Europa ontwierp hij na de 2de wereldoorlog  zogenaamde unite's d'habitation ofwel grote woon-eenheden, met als bekendsten die van Marseille, rond '50, en de zogenaamde Corbusierbau in Berlijn, naast het Olympisch Stadion van Hitler, eind jaren '50. Het zijn hoge en langwerpige flatgebouwen met een prachtig, ritmisch gevelbeeld, ze staan op pilaren, dus los van de grond, kennen een binnenstraat voor ontmoeting binnen het gebouw, en er zijn andere collectieve ruimten. Op het gebouw in Marseille verschenen naast een dakterras een sportuimte en een kinderopvang. De vormen (zie foto) lijken op die van een oceaanstomer, voor Le Corbusier net zoals auto's het symbool van vooruitgang en globalisering. Het gebouw in Berlijn is eenvoudiger qua voorzieningen, maar heeft een zeer mooie hal en bijvoorbeeld een wasruimte.

De Bijlmer-flats van Siegfried Nassuth zijn op hetzelfde collectieve idee gebouwd.unite in Marseille Er moest een binnenstraat op de begane grond komen, met daaraan gekoppeld in de vrije ruimte naast het gebouw: winkels en paviljoens voor gezamenlijke bezigheden. Door politieke en economische overwegingen werden zijn gebouwen evenwel lager en langer dan die van Le Corbusier. Zijn Marseille-gebouw kende 337 appartementen, terwijl in de Bijlmer gebouwen met 500 appartementen of meer voorkwamen. En door dezelfde belangen werd het collectieve in de Bijlmer uiterst armoedig uitgevoerd. Nassuth cq de dienst Stadsontwikkeling kreeg wel voor elkaar, dat hij een heel groot gebied mocht vorm geven. Dat geluk was Le Corbusier nooit beschoren. Hij moest het doen met enkele, losstaande gebouwen, zonder dat hij de omgeving van die gebouwen kon bepalen. Bij Le Corbusier staan de auto's ook voor en onder het gebouw, terwijl Nassuth zijn parkeergarages kreeg. 

De wooneenheden in Marseille en Berlijn werden jarenlang door de goegemeente verfoeid en takelden af.  Ze zijn echter beiden herontdekt door de succesvolle burger en glimmen onder de hemel, die bij Le Corbusier altijd zo'n grote rol speelde. In het 'volle licht' moesten zijn gebouwen hun vorm krijgen.