Geschiedenis

De Bijlmer: hoogte- en dieptepunt van de woningwet van 1901

In de 19de eeuw ontstond door de industriële revolutie grote woningnood in alle steden. Het verarmde plattelands trok als 3de wereld migrant naar de nieuwe paradijzen van welvaart om daar in erbarmelijke omstandigheden bij elkaar gehokt te worden. Geen toiletten, geen stromend water, geen gescheiden kamers, een bed voor het hele gezin. TBC werd een epidemische volksziekte. De woningnood werd bestreden door speculanten die in Amsterdam buiten de Stadhouders/Nassau/Mauritskade wijken als de Pijp optrokken. Woningen van 30/40 vierkante, twee stuks per etage. Ook de Jordaan, binnen de watergordel van de hoofdstad, werd er mee volgeplempt.

In het zog van de speculanten kwamen goedwillende dames en heren met een ruime portemonnaie, die een menswaardiger woning trachtten te bouwen. En tot leidde in 1901 tot de woningwet, waarbij het rijk renteloze leningen ging verstrekken aan iedere groep mensen, die betere woningen voor de arbeider wilde neer zetten, waar ze overigens in Engeland al veel eerder mee begonnen waren. Bijvoorbeeld in Rochdale, midden 1900. Natuurlijk kreeg niet iedere groep geld, je moest aan voorwaarden voldoen, wilde je een toegelaten instelling worden.

Er werden woningbouwverenigingen opgericht, de eerste in 1907 door Amsterdamse paardentrambestuurders, die hun club Rochdale noemden. Er kwamen er meer, veelal opgericht door bepaalde groepen arbeiders, bijna altijd van linkse huize. En dat lokte weer een reactie uit van de christen-burchten in de samenleving. De gereformeerde werkliedenvereniging Patimonium richtte een gelijknamige woningbouwvereniging op. De pastoors stimuleerden de oprichting van Dr. Schaepman, genoemd naar de belangrijkste voorman van de toen nog geknechte, katholieke bevolkingsgroep. Amsterdam telde algauw tientallen wbv’s en hun actieve, maar ook bemoeizuchtige steunpilaar bij de gemeente werd ambtenaar Keppler, baas woningdienst, in de rug gedekt door socialistische SDAP-wethouders als Wibaut en De Miranda.

Met zijn allen vonden ze tussen 1910 en 1925 het arbeiderspaleis uit: blokken woningen vol niet te grote appartementen, 40-50m2, maar met toilet, stromend water en geen alkoof of bedstee meer, de onhygiënische, afgesloten en piepkleine slaapkamer. De vormgeving werd gedaan door linkse, moderne architecten als Van der Pek en Berlage. Het was allemaal nogal zeer sober en functionalistisch tot Michel de Klerk in de Spaarndammerbuurt het indertijd vermaledijde burgerlijke ornament tevoorschijn haalde en zijn inmiddels wijd en zijd befaamde Het Schip neerzette, met kleur, ornamenten en golvende baksteenwanden. De Amsterdamse School was geboren, en stierf toen hij te duur werd.

Kinderbuurt, van der Pek

 Het Schip, M. de Klerk

In de jaren 20-30 verschenen in Amsterdam noord ook de zogenaamde tuindorpen als Nieuwendam naar het idee van de Engelse stedenbouwkundige Ebenezer Howard. Met poorten afgesloten buurtjes: hoven en tuinen, en veel eengezins. De goede arbeiderswoning stond definitief op de kaart, gebouwd met geld van de overheid en beantwoordend aan steeds strengere regels van diezelfde overheid. De hoogte van de woning werd bepaald, de keuken moest afsluitbaar zijn en niet groot om te voorkomen dat mensen daar in de stank gingen wonen, de wc moest apart van de rest van het huis, enzoverder. Inmiddels was er evenwel; nog altijd weinig tot geen aandacht voor de huisvesting van de arme sloebers, die niet op de loonlijst van een fabriek of kantoor stonden. Zij bleven overgeleverd aan de grillen van de woningspeculant. Binnen de wbv’s was voor hen geen plek en ze waren evenmin in staat hun eigen wbv op te richten. De wbv’s noemden hen al in 1901 de ‘ontoelaatbaren’ ofwel ‘niet welkom in onze woning’. Vanaf de jaren ‘25 kakte de woningproductie van de wbv’s in. Er was minder woningnood, minder geld en de private ondernemers sloegen meer aan het bouwen. Allemaal redenen voor de overheid om de hand op de knip te houden.

De tweede wereldoorlog leverde een enorme hoeveelheid weggeschoten en vernielde woningen op, met relatief gesproken het hoogste percentage in Rotterdam. Gebouwd moest er worden en snel en goedkoop. De kas was leeg. De overheid trok al snel alle touwtjes naar zich toe. De huurprijs werd onderdeel van de geleide loonpolitiek. In het kort gezegd: hoe lager de huren, hoe minder looneisen, hoe lager het loon, hoe meer producten die door hun lage prijs geëxporteerd konden worden, hoe sneller de welvaart zou stijgen.

De wbv’s werden administratiekantoren van de overheid. Zij mochten de mensen plaatsen, de huizen onderhouden tegen door de overheid vastgestelde bedragen en de huur ophalen: de stedenbouwkundige plannen en de vormgeving van de huizen kwamen in handen van de gemeenten. Bovendien werden de gemeenten verantwoordelijk gesteld voor de leningen die de overheid aan de woningbouw verstrekte. Woningbouw werd een staats aangelegenheid met in Amsterdam machtige posities voor Stadsontwikkeling en de Woningdienst als gevolg.

Overtoomse Veld, 2009Overtoomse veld, rond '60het Breed

Stadsontwikkeling werd de projectontwikkelaar en stedenbouwer. Zij bepaalde waar en wat gebouwd werd. De Woningdienst leverde de architecten. De Amsterdamse overheid bepaalde dat er bijna uitsluitend gebouwd moest worden voor de arbeider, want daar lag natuurlijk het belang van het altijd linkse gemeentebestuur. Het zou tot en met de bouw van de Bijlmer duren voordat men met dat uitgangspunt brak. In eerste instantie werd vooral gebouwd in Amsterdam West: Slotermeer, Slotervaart, het Overtoomse Veld, Geuzenveld en Osdorp. Later ook in Amsterdam Noord, onder meer Molenwijk en het Breed, ten oosten van Amstelveen: Buitenveldert. Het gebeurde allemaal op basis van een plan uit 1934/35, het Amsterdams Uitbreidings Plan, AUP, geschreven door Stadsontwikkeling onder leiding van Van Lohuizen en Van Eesteren. Laatste zou tot de jaren ’60 de baas van Stadsontwikkeling blijven. Van Eesteren streefde naar een functionele stad met in de buitenwijken veel groen en ruimte. Dat kwam er, net zoals grotere woningen. In west kregen gezinnen woningen van 60 tot 85 m2.

Het laatste kunstje van Stadsontwikkeling, gemeente en rijk zou de Bijlmer worden: de meest geavanceerde woningwetwoning van zijn tijd, met liften, overvloedig douchewater, stortkokers, gezinsappartementen van 96m3, en flatblokken in zeeën van ruimte, met de auto veilig in garages, daar naartoe geleid door verkeersveilige, halfhoge wegen. Veel van al het mooie dat bedacht was, sneuvelde op de financiële eisen van het rijk, die nogal hamerde op lage huren, en op het geldgebrek bij de wbv’s en de gemeente. En tegelijk bleven de huren stijgen. Het plan was voor de condities van die tijd domweg te duur.

Het beheer van de Bijlmer werd overgedragen aan de wbv’s, die eerst razend enthousiast waren over deze nieuwe stad van de toekomst, maar dat bekoelde snel, toen de Bijlmer een doorgangshuis en migrantenstad werd. De Bijlmer vrat hun geld op door alle kosten die ze moesten maken en die onvoldoende gedekt werden door de bedragen die ze uit de huur mochten besteden aan onderhoud en beheer. En uiteindelijk kwamen al die tekorten terecht bij de gemeente, die verantwoordelijk was voor terug betaling van de rijksleningen. Eind ’80 bedroeg het tekort van Nieuw Amsterdam, die inmiddels het bezit van de andere corporaties in de Bijlmer had overgenomen, zo’n 100 miljoen gulden en daar zou ieder jaar minstens 17 miljoen bij komen. De wbv was feitelijk failliet.

Het betekende de sloop van de oude Bijlmer. Er moest een rijkere bevolking naar toe en de te slopen huur-appartementen moesten vooral vervangen worden door koopwoningen, liefst eengezins. Hoe meer koop, hoe minder het financiële risico van wbv en gemeente. Inmiddels had het rijk ook ontdekt dat de volkshuisvesting eigenlijk niet meer centraal te financieren was. Alle leningen plus ook nog objectsubsidies drukten te zwaar op de begroting van het rijk en met de euro in aantocht, die een gezonde balans vereiste, werd rond de jaren ’90 besloten de wbv’s te verzelfstandigen. Het werden private ondernemingen met een publiek doel, die alle huizen die ze in beheer hadden als hun eigendom mochten beschouwen en in het vervolg nog nauwelijks gehinderd door het rijk voor projectontwikkelaar mochten spelen. Vele wbv’s werden er schatrijk van, want alle huizen, waarvan de leningen inmiddels afbetaald waren, vormden op de balans een reusachtig kapitaal, dat via verkoop verzilverd kon worden en ingezet als onderpand voor bankleningen.

Het luidde het einde in van de oude wbv. En was de bouw van de Bijlmer het hoogtepunt van de woningwetwoning, de sloop van de Bijlmer luidde de neergang van de invloed ter wbv-leden, zeg maar de burger in. Zij als dragers van de wbv-gedachte - bouwen voor jezelf, je collega’s, je vrienden en geloofsgenoten – en gezamenlijk ‘eigenaar’ van die wbv, dus bestuurder, werden van hun troon gestoten en gedevalueerd tot consument. En dat was natuurlijk een beweging die al meteen na de oorlog inzette, toen de overheid de wbv’s  steeds meer voor haar karretje spande. De woningwetwoning werd afgeschaft, maar als het om sociale huurwoningen gaat, bepaalt de overheid nog altijd de hoogte van de huur en bijvoorbeeld de hoogte van het huis.

De krakkemikkige speculatiehuisjes in de Pijp en de Jordaan brengen in de verkoop gigantische bedragen op. West wordt inmiddels vooral gesloopt, de Bijlmer is voor de helft gesloopt. De ontoelaatbaren - de arme migranten van nu - wachten nog altijd aan de poort van de volkshuisvesting. Ze zijn overgeleverd aan huisjesmelkers, vaak landgenoten, die hun woningwetwoning per kamertje, per bed of stoel onderverhuren. Gelukkig zijn de hygiënische omstandigheden een stuk verbeterd.

 

 

 

Geldershoofd

De mogelijkheden van een Bijlmerflat

In de jaren '80 bedacht Paul Bos, directeur projectbureau Hoogbouw Bijlmermeer, dat je de Bijlmer uniformiteit kon doorbreken door in een flat gaten te zagen of etages weg te halen. Het grote gat kwam terug bij Igor Rovers, begin jaren '90 projectleider vernieuwing Ganzenhoef, maar nog veel verder ging A.N.A. Architecten uit Amsterdam. In opdracht van wbv Ons Belang bedachten zij voor Geldershoofd een flat als verzamelgebouw van velerlei woonopties. Die hoeven tenslotte niet plat in een buurtje met straatjes gemetseld te worden, maar kunnen ook rechtop, in een betonnen muur, zoals Rem Koolhaas ver daarvoor al de wolkenkrabber omschreven had als een rechtopstaande wijk. 

geldershoofd anageldershoofd plan ana

A.N.A. tekende een wooncontainer op het dak, een woonboot, een eengezins: ideeen die we later ook weer tegenkwamen bij een plan van Van Lieshout voor Kleiburg. In de plint, begane grond, ontwierp A.N.A. autohuizen met een inpandige garage, voor de trotse autobezitter. Het voegde flats samen tot een reusachtig appartement met een grote uitspringende lijst als etalage voor de woning. Het hakte stukken uit de flats voor inpandige tuinen en bedacht de poortwoning. Een vijftal woningen rond en op een poort in het gebouw. Een viertal woningen werd door de poort doormidden gesneden. Een overloop verbond de twee delen van het 4-kamer appartement. 

Het plan had een gebouw voor de echte liefhebbers opgeleverd, maar kwam dus nooit van de grond, zoals alle andere gaten en opbouwen nooit gerealiseerd werden. De vernieuwing had geen plek voor fantasie en avontuur. Een mooie eengezins was het summum van beleid. 

 

Sloop Egeldonk in volle gang

Egel;donkVan de drie E-flats blijft alleen een poot van Echtenstein staan. In dat deel aan de Daalwijkdreef zijn nu studenten en junks gehuisvest  en op de begane grond zijn ateliers ingericht. Egeldonk was verbonden met het oude Gliphoeve. Ze moet plaats maken voor laagbouw, net zoals Eeftink en de rest van Echtenstein al over kwam.(30-12-09)

Geldershoofd wacht nog op beheer

GeldershoofdSamen met Gravestein vormde Geldershoofd ooit het beruchte complex Gliphoeve, ook wel betiteld als Klein Paramaribo, en Egeldonk maakte daar eigenlijk ook deel van uit. Rond de jaren '80 werd de hele flat ontruimd. De flat was toen ook bouwkundig totaal verloederd. De gemeente wilde de problemen machtig worden en grip krijgen op de bewoners. Alle mensen zonder geldig huurcontract mochten niet terug toen de flat in 1982 geheel gerenoveerd werd opgeleverd.  Vele vierkamer-woningen waren ook gesplitst om met name studenten en ander jong volk naar het gebouw te trekken en de populatie te verwitten. In 1992 bleef het gebouw buiten de vernieuwingsoperatie, omdat de eigenaar, Ons Belang, die het gebouw eigenlijk had laten verkloten, niet in Nieuw Amsterdam opging. Ons Belang lanceerde in de jaren '90 wel een renovatieplan, onder meer met gaten in de flat en immense binnentuinen, maar kreeg daarvoor geen geld bij elkaar. Ze had ook geen recht op de vernieuwingsgelden. Dat veranderde toen Rochdale, inmiddels eigenaar van Nieuw Amsterdam, Ons Belang opkocht.

'Gliphoeve' is nu dus voor de 2de keer in 30 jaar gerenoveerd. En het is keurig gedaan: sober en krachtig, stoer en rood, met als minpunt de loze hoeken over de gehele hoogte van het gebouw, die de aandacht op de entrees moeten vestigen en het gebouw een ander ritme moeten verstrekken. Architecten-geneuzel. Erger is dat het beheer niet met de renovatie is meegegaan. Grenzend aan de trappenhuizen achter de lift vindt je op elke etage loze balkons die kompleet door duiven zijn ondergescheten en bevuild met allerlei losse troep. We vonden ook nog een slapende junk in het trappenhuis, woensdag 30 december om 13.00 uur. En het probleem van de Bijlmer was toch vooral het beheer door de woningcorporaties. Aan de hofkant van het gebouw staat nog een functieloze en losgekoppelde inloop naar de oude binnenstraat. Zie ook het foto-album onder het menu foto-albums. (30-12-09)

Bijlmer in het wit

bijlmer museum gebiedDinsdag 22 december 09, bij metrostation Ganzenhoef, Bijlmer Museum,links Grubbehoeve, daarachter Kleiburg.

Metropool-prijs

Zuidoost dan wel het Bijlmerdorp met zijn granieten imago van criminele stad en swingende negers is blij met elke prijs die het kan verwerven. Altijd weer een bewijs dat het beter gaat. Het heeft nu de eerste Metropoolprijs regio Amsterdam gewonnen. Het gaat om succesvolle gebiedsontwikkeling en de jury was dus het meest content met de ontwikkeling rond Ganzenhoef, het oude centrum van het Bijlmer-'getto'. Geldershoofd, het voormalige Gliphoeve, ligt erin, en het kerkverzamelgebouw De Kandelaaar, plus o.a. een nieuw winkelcentrum. De prijs is toegekend vanwege de parklane, de verlaagde Bijlmerdreef, een nieuw ontwerp dat recht doet aan de oorspronkelijke, landschappelijke kwaliteiten, die dus altijd zo verguisd werden, en vanwege de realisatie van een nieuwe stedelijkheid. Het gebied is inderdaad opgepoetst, maar het landschap is nog altijd monotoon, hoewel veel zichtbaarder vanaf de Bijlmerdreef, en dat is mooi, en die stedelijkheid, ach die is er niet echt. Het oude Ganzenhoef was veel meer stad. Meer rommeligheid, meer leven, creatiever en initiatiefrijker. 

De jury werd overigens gevormd door 'onbekenden', hoewel niet de minsten, als Agnes Franzen, Pieter van Wesemael en Carel de Reus. Geen idee wie de jury in het leven heeft geroepen en samen gesteld. Dat vermeldt het persbericht niet. Grappig is nog dat ze schrijven dat de gebiedsontwikkeling een intensief proces is geweest, met onder meer een grote rol voor de bewoners. De bewoners van Gooioord en Groeneveen konden nog hun garage redden, en die van Gooioord ook hun binnenstraat, maar verder was hun rol vooral die van passieve consument, of die van bedrogen participant zoals in Grubbehoeve.(december 09)

sloop ElleboogElleboog weg

Jarenlang huisde een dependance van Circus Elleboog in een houten keet tussen Hoogoord en de Amsterdamse Poort, uitermate kleurrijk en vrolijk beschilderd door  Valentijn Efiong, inmiddels ook uit de Bijlmer weg. Circus Elleboog ging op in het nieuwe Bijlmer Parktheater en het aangename noodgebouwtje kreeg geen nieuwe bestemming. Het werd een verdienste voor de sloper. Achterblijft het beeld dat megalomane Surinamers olv Emile Esajas neerzette voor zijn neef, indertijd voetballer van Volendam en een van de slachtoffers in de Surinaamse vliegtuigramp. (december 2009)

 

 

De Bijlmer was de stad van de toekomst. En daar was OMA, het bureau van Rem Koolhaas het volledig mee eens. In 1985 werd hij door Nan Raap benaderd om een 'renovatie'-plan voor de Bijlmer te bedenken. Raap was indertijd directeur Volkshuisvesting Amsterdam en zag de sloopplannen van zijn adjunct Arno Arnoldussen en Rene Grotendorst van Nieuw Amsterdam in het geheel niet zitten. Je ging pas slopen als het echt niet anders kon en dus bedacht Raap dat er een autonome geest nodig was om een voortdurende toekomst voor de wijk  te bedenken. Dat werd dus Koolhaas.

In 1986 kwam Koolhaas met zijn plan. Hij noemde de Bijlmer een ' monotone pracht die met harde hand moet worden bewaakt, door versterking van de positieve elementen'. En schreef hij: ' Men moet de Bijlmer niet benaderen met de modellen ontleend aan de geschiedenis (bedoeld wordt de middeleeuwse stad, zo favoriet bij alle Bijlmer-kritikasters), deze urbanisatie is uniek.... De wijk is een krachtig organisme, bijna even monumentaal als Stonehenge '. 

Koolhaas stelde dus voor de Bijlmer uit te bouwen, hoewel garages en onder wegen en platforms verstopte subcentra gesloopt mochten worden. Die belemmerden vooral het uit- en doorzicht. De Bijlmerdreef moest een strip worden met woontorens en grootwinkel-bedrijven. Naast de Gooiseweg konden ter hoogte van het Bijlmerpark in een strook urban villa's. De saaie parkgebieden tussen de flatgebouwen moesten verlevendigd worden met allerlei voorzieningen zoals een buiten-bioscoop en sportvelden. Die gebieden waren voor hem de grote potentie van een nieuwe Bijlmer: een moderne urbanisatie. En hij trok onder en langs de metrobaan tussen Ganzenhoef en Kraaiennest, het Bijlmer Museum gebied, een brede, dubbele boulevard. Hij bedacht ook nog stroken asfalt / straatsteen, die het gebied duidelijker zouden indelen. De stroken dienden mede als autoroute naar parkeer-voorzieningen in het maaiveld. Wat Koolhas bedacht, was lang niet allemaal nieuw. Nassuth tekende al een Bijlmerdreef, die van begin tot eind met voorzieningen zoals winkels en kantoren was volgebouwd. Hij zette er ook woontorens naast, net zoals langs de Karspeldreef, die wel gerealiseerd werden: vier stuks. Het maaiveld -het park rond de flatgebouwen - was bij Nassuth bezaaid met paviljoens, terrassen, vijvertjes en bijzondere tuinen. Het werd er indertijd bij de bouw van de Bijlmer allemaal uitbezuinigd.

Het idee van die stroken werd later, na 1992, door Donald Lambert, de stedenbouwkundige die toen de Bijlmer zijn nieuwe gezicht mocht geven, gekopieerd. Bij hem werden het vooral groenstroken, met daarlangs ontsluitingswegen. En ook het idee van sportvelden in het maaiveld-gebied kwam terug, ga maar kijken bij Kraaiennest. De bebouwing van de Bijlmerdreef werd door Lambert eveneens terug gehaald, zoals enige jaren voor hem de Dienst Ruimtelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam soortgelijke plannen lanceerde. In de DRO-plannen evenwel veel meer winkels, kantoren en woongebouwen, net zoals bij Koolhaas. De Bijlmerdreef anno 2009 is een optelsom van diverse gebiedjes. Er ontstond geen monumentale boulevard en het is onmogelijk hem helemaal af te lopen, laat staan te fietsen. 

Koolhaas kreeg midden/eind '80 evenwel geen applaus voor zijn plannen. Opdrachtgever Raap noemde het plan uiteindelijk te utopisch en de Bijlmer-doemdenkers wilden natuurlijk alleen maar slopen. Op de foto van de maquette ziet u het plan in grote lijnen. De grote, horizontale baan in het midden, met de rode torens, is de Bijlmerdreef. De verticale baan is de Gooiseweg met urban villa's. De verticale, roze banen, de zgn. stroken, geven het gebied zijn nieuwe indeling. En helemaal rechts onder ligt het Bijlmer Museum ofwel het GK-kwadrant., waarvan dus inmiddels Koningshoef en Grunder, uiterst rechts, gesloopt zijn. 

OMA's plan

 

Heesterveld Een anti-Bijlmer spat uiteen

HeesterveldHeesterveld, hoofdgebouwHeesterveld, doorgangHeesterveld, kleine plein

In de glorie tijd van de Amsterdamse wethouder Jan Schaefer, zo rond de jaren '80, werd er driftig in Zuidoost gebouwd. Laagbouwwijken in Gaasperdam, die vele Bijlmer-inwoners weg zogen, Venserpolder van Carl Weeber, Haardstee, Hoptille van Kees Rijnboutt, Kortvoort en Heesterveld van Van Gool/ Pi de Bruijn. Allemaal laag, niet meer dan 5 bouwlagen, sommige buurtjes als Haardstee en Hoptille nog met een grote parkeergare, anderen met parkeren voor de deur. Anti-Bijlmers werden ze genoemd, deze buurtjes zonder veel groen, zonder liften, zonder galerijen maar met portieken. Ze waren allemaal in het beheer bij het Gemeentelijk Woningbedrijf, want de wbv's hadden hun buik van de Bijlmer meer dan vol. 

Twee buurten waren al snel  het risee van de volkshuisvesting. Het langwerpige hoofdgebouw van Hoptille werd zo beroerd bewoond en beheerd, dat al snel de 300 meter lange binnenstraat op 2-hoog werd onmanteld. De binnenstraat bleek niet een aanjager van samenzijn te zijn, zoals gehoopt, maar transformeerde dankzij zijn bewoners en de beheerder niet te vergeten tot een soort overdekte Westkruiskade in Rotterdam, eertijds een beruchte allee van junken en crimineel gedrag. 

Heesterveld werd een andere mislukking. Er waren een hoofdgebouw en een paar zijgebouwen neergezet met alleraardigste, grote woningen, met ook een soort terrassen op het dak. En had de architect bedacht: we situeren de tuinen voor de benedenwoningen aan de buitenkant van de blokken, en parkeren doen we onder andere in het hof van het hoofdgebouw. De entree naar dat hoofdgebouw geven we een poort.

De poort werd de hangplek voor dealers en junks. De parkeergelegenheid veranderde in een uitstal-vitrine van dikke mercedessen, waarin Yoegoslavische zigeuners rond toerden en uiteraard ter verkoop aanboden. De zigeuners behoorden tot een grote familie die in heel Europa zijn nogal duistere handel dreef en ook elders in de Bijlmer te vinden was. In hun tuinen organiseerden ze slemp-partijen rond biggen aan het spit. 

Natuurlijk kwamen er beheers-maatregelen. De parkeerplek werd een speelplek en op een ander pleintje kwamen ook speeltuigen en boompjes.  En toen werd Ymere opgericht als vervanger van het Gemeentelijke Woningbedrijf, een zelfstandige woningstichting, die ook ontwikkelt, en die bedacht dat sloop het beste was voor deze getto-buurt langs het metrospoor. Maar dat idee werd niet meteen met alle stelligheid geponeerd. Eerst moest goede wil getoond worden. En zo werd 2 jaar geleden samen met het Nederlands Architectuur Instituut een wedstrijd uitgeschreven: bedenk een plan om Heesterveld te redden en maak iets voor de succesvolle migrant. Er hoorde een boekje bij, waaruit de bijdrage van architectuur-historicus en Crimson-directeur Wouter van Stiphout werd verwijderd, omdat die te kritisch was en een stem voor het architecturale hoogstandje dat Heesterveld volgens Wouter ondanks alles was. 

De prijsvraag kreeg een winnaar, maar dat doet niet meer te zake. Heesterveld gaat plat, de bewoners mogen vanaf 1 oktober jl. een nieuwe woning zoeken. Er zal ook wel een nieuwe naam voor het gebiedje komen, bijvoorbeeld Heesterstate of Hof der Bloeiende Heesters. 

 
Meer artikelen...