KLEIBURG Deze lange flat langs de metrobaan Ganzenhoef-Kraaiennest zou de mooiste renovatievan alle flatgebouwen krijgen. Het liep evenwel anders.
Inmiddels wacht Kleiburg als enige in het gebied nog altijd op enige renovatie. Het gebouw is inmiddels totaal verloederd, vooral omdat de woningbouwvereniging er geen cent meer instak. De liften zijn meer dan 40 jaar oud (hun loopduur is eigenlijk 30 jaar), net zoals het ouderwetse cv-systeem, en de buitengevels zijn al meer dan 20 jaar niet gewassen. De bewoners hebben ondertussen het ene na het andere plan op zich zien afkomen, hoorden al diverse malen, dat ze konden vertrekken, maar tot heden is er geen plan waarmee stadsdeel en Rochdale aan de slag willen. Rochdale zou het liefst het hele gebouw slopen, omdat ze elk geloof in hoogbouw eigenlijk verloren heeft, simpelweg omdat haar personeel slecht in beheren is, hoogbouw in de Bijlmer vooral door armen bewoond wordt, en nieuwbouw minder beheer kost, meer rijken en meer geld oplevert. Het stadsdeel wil de flat overeind houden en stoeit nu met Rochdale, dat inmiddels een nieuw plan ontwikkeld heeft: sloop van de twee eerste poten bij winkelcentrum Kraaiennest en verbouw van de twee laatste poten tot superluxe appartementen. De nieuwbouw en de luxe moeten het 'gebouw' een kwaliteits-impuls aan het hele gebied doen geven. Het plan vermindert in ieder geval het aantal arme bewoners in het gebied. Update 2Volgens de laatste berichten wordt de 2de poot van Kleiburg gesloopt. Het eerste deel aan de Karspeldreef zal de eerste tien jaar nog als 'sociale huur' in de markt blijven en voor studenten geschikt worden gemaakt. De achterste twee poten worden verbouwd tot luxe appartementen. Het slopen van een tussendeel is een oud idee, dat al in '83-'86 door Paul Bos cs bedacht werd. De bewoners hebben inmiddels gehoord dat de peildatum op 1 november 2009 ligt, wat betekent dat ze vanaf die datum recht hebben op een verhuiskostenvergoeding van minimaal 5.200 euro en worden geholpen bij het vinden van een nieuwe woning. Iedereen die nu in de Kleiburg woont, moet verhuizen. November 2010 moet de flat leeg zijn.
Van Schagen renoveerde in de Bijlmer eerder Echtenstein en Florijn. Echenstein werd gesloopt behalve de 1ste poot aan de Daalwijkdreef. In het overblijvende deel verschenen in 2003 ateliers en bijbehorende woningen plus verblijven voor een junken-woonproject van het Leger dee Heils. Ook de twee andere E-flats - Egeldonk en Eeftink - zouden tot een poot worden teruggebracht, maar uiteindelijk werd besloten beide gebouwen geheel te slopen. Eeftink is inmiddels allang plat, Egeldonk wordt nu vermorzeld. Florijn in de FD-buurt is op een tussenstuk na geheel bewaard gebleven. Er werd een nieuw, hoog appartementengebouw aan de kop gezet, en op de onderste lagen van Florijn kwamen sociale instellingen, bergingen en atelier-woningen. Foto toont het nieuwe Florijn. Update 3Er wordt toch meer gesloopt dan gedacht. Er verdwijnen nog eens 60 woningen. Men kan namelijk niet overal zomaar slopen. Je moet de blokken overeind houden waarin het gebouw als constructie is opgedeeld. En die bouwblokken corresponderen niet met de lengte van de (vier) delen. De consequentie is dat je ofwel meer ofwel minder sloopt. Rochdale kiest voor meer sloop, want ze heeft het liefst zo min mogelijk huurders en is er nog altijd niet van overtuigd dat er voldoende kopers te vinden zijn. Rochdale wil ook in de hof van de flat een groot parkeerveld aanleggen, want zonder auto voor de deur denkt ze helemaal geen appartement te kunnen verkopen. Het schijnt daarover harde afspraken te hebben met het stadsdeel, die daar mee instemde om gehele sloop van de flat te voorkomen. Een parkeergarage vindt Rochdale te duur, want de huizen in de Bijlmer hoogbouw brengen te weinig op om echt zwaar te investeren. Voor het enorme gat dat in het gebouw ontstaat heeft men nog geen oplossing. Men denkt voorlopig aan het planten van wat bomen. |
HET ONTWERP Als het aan de ontwerpers had gelegen, was de Bijlmer volgestrooid met vijvertjes, kleine pleintjes met bankjes, allerlei soorten paviljoens, een gezellige binnenstraat in de flat op 1-hoog, met de zon in het gezicht en vele winkeltjes. De politiek en geld besliste evenwel anders. We laten u hieronder enige ontwerpen zien plus een woningplattegrond, die indertijd revolutionair was. Veel groter dan ooit voor huurwoningen was bedacht en met ruimte voor alles en iedereen in het gezin. |
WONEN IN DE TOEKOMST In 1969 bracht de Federatie van Amsterdamse Woningcorporaties een brochure uit, die de Bijlmer aan de man moest brengen. Onderstaand de inleiding van 'Wonen in de toekomst'.Laten we eerlijk stellen dat het ons een beetje uit de hand is gelopen. Niet alleen in Amsterdam, of in Nederland, maar in heel West-Europa. De steden groeiden en groeiden, de welvaart steeg en stelde nieuwe eisen en het verkeer zwol aan tot de helse processie van het spitsuur, een stroom van blik, die ‘morgens naar de binnenstad golft en ‘avonds stolt in de buitenwijken. Maar terwijl het leven verandert op elk gebied, zijn we onze steden blijven bouwen op de oude, vertrouwde manier. We hebben het in de twintigste eeuw niet zo heel veel anders gedaan dan in de vijftiende eeuw. De woningen, ja, die zijn beter geworden. Lichter, beter doordacht van plattegrond, comfortabeler en met sanitaire voorzieningen die vijftig jaar geleden alleen voor de zeer rijken weggelegd waren. Maar buiten de deur houdt alle komfort op. Wat dat betreft is de Goudkunst niet beter af dan de Dapperbuurt. De opzet is trouwens gelijk: Een trottoir, een smalle woonstraat, die uitkomt op een wat bredere straat, die weer uitkomt op een hoofdverbinding. Het plan is zo simpel als wat, alleen het bevat weinig groen, weinig speelplaatsen voor kinderen en sinds de explosie van het moderne verkeer, in het geheel geen rust. Dat worden we ons de laatste jaren steeds meer bewust en we realiseren ons, dat onze klacht over gebrek aan speelruimte, aan parkeerruimte, aan rust en aan goed openbaar vervoer het stadsplan in het hart treffen. We leven snel, en tien jaar is een tijdperk. Toen tuinsteden werden gebouwd was de woningnood ontstellend groot. Er moest snel worden gebouwd met te weinig geld en te weinig bouwcapaciteit. In die jaren was ook de groei van het verkeer, de huidige catastrofe niet te voorzien. Maar inmiddels is het wel duidelijk geworden, dat de stad van morgen er anders uit moet zien. De Bijlmermeer is het begin van het Amsterdam van morgen en daarom gaat er met de Bijlmer meer open dan weer een tuinstad. Voor het eerst verrijst er in Nederland een uitgestrekte wijk, die gebouwd is voor een toekomst zoals we die steeds duidelijker op ons af zien komen. Want een paar zaken zijn nu volkomen klaar. Een volledige motorisering staat voor de deur. Over een paar jaar heeft iedereen een auto met als gevolg een zo geweldige verkeersopstopping, dat dit vervoersmiddel lang niet overal meer te gebruiken valt. Een nieuwe wijk heeft daarom goede parkeervoorzieningen net zo hard nodig als een doeltreffend openbaar vervoer. Wie in de Bijlmer thuis komt loopt van zijn parkeergarage of het metrostation de flat binnen en komt in een kleine overdekte straat, die heel prozaïsch droogloop heet. Links en rechts zijn clublokaaltjes, sportzaaltjes, koffiebars, en andere dienstverlenende instellingen. Vanuit die gang voeren de liften hem naar zijn eigen flat en daar kijkt hij door het raam uit op een landschap, dat er over een jaar of wat zal uitzien als een groot Vondelpark: Boemgroepen, vijvers met eenden, heuveltjes met speelweiden en mensen die op bankjes zitten. Ook al zet hij zijn dubbele raam wijd open, hij zal voornamelijk geluiden horen, die we in de stad vergeten zijn: Vogels in de struiken, en een hond die in de verte blaft. Maar van zijn buren hoort hij niets, want de geluidsisolatie in de Bijlmerflats is beter dan elders. (helaas werd geen rekening gehouden met de toekomstige geluidsinstallaties en zijn gebruikers !!) Unite d'habitation
De Bijlmer-flats van Siegfried Nassuth zijn op hetzelfde collectieve idee gebouwd. De wooneenheden in Marseille en Berlijn werden jarenlang door de goegemeente verfoeid en takelden af. Ze zijn echter beiden herontdekt door de succesvolle burger en glimmen onder de hemel, die bij Le Corbusier altijd zo'n grote rol speelde. In het 'volle licht' moesten zijn gebouwen hun vorm krijgen. Slapen bij le Corbusier in MarseilleHet gebouw staat wat schuin van de weg, hoog op zijn volumineuze, naar beneden gepunte pilaren van ruw beton, in een parkje met mooie bomen, wandelpaden, een tennisbaan, en een speelplek voor kinderen. La Cite Radieuse wordt het gebouw nu genoemd, hoewel die naam ooit was voor behouden aan het ontwerp van een complete nieuwe wijk in Antwerpen. Het is dus gewoon een wooneenheid, een Unite d'Habitation. De betonnen vleugel van een vogel vormt de meters uitstekende entree naar zacht open zoevende deuren, een voorhal, nog een glaswand en dan een mooi, rechthoekige hal met ronde pilaren in een 'bedje' van ondergronds licht. Rechts nog een in- en uitgang, links bij de liften achterin de zitplaats van de conciërge en zijn kantoor, rechtdoor de drie grote liften met gebogen, rode kozijnen. Op 3-hoog bevindt zich een bar/restaurant, Le ventre de l'architect, waar in de ochtend ook het ontbijt wordt geserveerd voor de hotelgasten van Le Corbusier. Die verblijven beneden en hoog in het gebouw in kamers, in kleinere en grotere suites, ooit bedoeld als tijdelijk logement voor de gasten van bewoners. Wij zitten de eerste week van mei 2010 in de top, op 8-hoog van het 12 etages tellende gebouw, direct naast de centrale en enige liftschacht. Een houten deur door, naar rechts, een gang in met grote opbergkasten, die bij de diverse suites behoren, en dan op 836 links af ons verblijf in. De suite is uitgerust met een woonkamer annex slaapkamer, een toilet/douche, en een keukentje, door een halfhoge kastenwand gescheiden van het slaap- en woongedeeltje. Toilet, hal en keuken zijn laag: 2.26 meter volgens de modulor, het maatstelsel van Le Corbusier voor de menselijke maat. Bij de scheiding tussen keuken en slaap/woon gaat de ruimte evenwel de hoogte in naar zo'n 2.60 meter. De breedte is zo'n 3.50. Houten parketvloer. En over de volle breedte, bij de balkondeuren, die alle vier helemaal open kunnen, een brede en houten zitrichel van zo'n 25 cm hoog.Je zit er buiten en binnen en Le Corbusier schijnt hem vooral bedoeld te hebben voor moeder de vrouw, die haar kinderen op het balkon laat rond scharrelen. De vloer van het balkon is van rode, grove, ongeglazuurde 20 x 20 cm tegels. Het muurtje bestaat uit betontegels met rechthoekige gaten, waar bovenop een betonnen balk, die afgeschuind is, zodat je er lekker op kan leunen. We kijken uit op de Middellandse Zee in het oostelijk gedeelte van Marseille. Helemaal links, voorbij een piepklein haventje, bij een in de zee uitstekende punt van het bergmassief, beginnen de beroemde steile wanden van Marseille met hun smalle strandjes, - de Catalanques - vooral bereikbaar via zee. Dat ontdekken we later, net zoals de kustweg, die vanaf het genoemde punt, kilometers lang, naar de oude haven van de stad leidt, een diepe inham, vol plezierschepen, afgegrensd door twee forten, oude panden uit de 18e en 19e eeuw en ook heel veel nieuwbouw. Net Rotterdam, maar dan nog zonder wolkenkrabbers en andere, glimmende parels van het vrije ondernemen. Die zijn ze nu bij de commerciële haven, voorbij de oude haven, aan het bouwen. Marseille is op dit moment vooral nog een stad van de wederopbouw uit de jaren '50-'80. Het is een rommeltje met veel parken, strakke 19e eeuwse gevelwanden, autovrije routes, overal neergepleurde flatgebouwen, twee tram- en metrolijnen, tientallen buslijnen, en eindeloos kaarsrecht doorlopende verbindingswegen, zoals de route die begint bij het treinstation St. Charles, langs de oude haven gaat en via Rue de Rome overloopt in Avenue du Prado en Boulevard Michelet, waaraan de Unite d'Habitation van Le Corbusier ligt, zo'n drie kwartier stevig wandelen van de bootjes.
Met pijn in de poten staan we weer op ons balkon, met voor ons het dorpje St. Anne, dat door Marseille werd opgeslokt. Links de enorme supermarkt van Casino, rechts een hoog, lichtelijk gebogen appartementencomplex. We voelen ons prettig in het kloostergebouw van de architectuur visionair, een klooster omdat die samengebalde samenleving Le Corbusier inspireerde tot een wooncomplex voor alleenstaand en samenwonend, al dan niet met kinderen, met op het dak een zwembad en renbaan, met allerlei ruimtes van gezamenlijke activiteiten door het gebouw heen, met binnen het gebouw gelegen ontsluitingsstraten naar de woningen en een grotere en hogere binnenstraat op 3- en 4-hoog voor winkeltjes en bedrijven. Het gebouw wordt op dit moment gerenoveerd en dus is het dak helaas afgesloten. Geen activiteiten. De zeekant is gerepareerd en opnieuw in de verf gezet, zodat de gevelwand met zijn 1- en 2-laagse woningen weer voorzien is van de heldere, primaire kleuren, aangebracht op de zijvlakken van de balkons en de onderkant van de horizontale geleiding. De kopgevels en de wegkant zien er nog verwaarloosd uit. Het interieur van het gebouw ademt nog veel van de jaren '50, met zijn oude houten deuren, de lage, spaarzaam verlichte binnenstraten die de woningen ontsluiten en de met viltstift geschreven aankondigingen van allerlei bewonersactiviteiten in de diverse ruimten, zoals kinderopvang en kunstexposities in de entreehal. In de gedeeltelijk hoge binnenstraat op 3-4hoog zitten behalve het restaurant een kleine bakkerswinkels annex supermarktje, galeries en kantoren, waar men zich vooral bezig houdt met architectuur. De straat zelf is dringend aan een opknapbeurt toe, net zoals andere leegstaande ruimten. Maar telkens weer valt op met hoeveel zorg alles is vormgegeven. Dat uit zich in het bijzonder in het kleurgebruik. Overal wordt kleur als een warm accent gebruikt. In onze suite overheerst een zachtgrijs in diverse tinten, maar er is ook een zachtgele wand en de binnenkant van de opbergkasten bij de keuken is in verschillende felle kleuren. Altijd afgewogen harmonie die niet saai wordt. Ambachtelijk spectaculair, zo zou je de Unite kunnen omschrijven. Maar die beroemde ligstoel van Le Corbusier, waarmee onze suite is uitgerust, die moet je vooral beschouwen als een design-ding. Lekker liggen doe ie niet. En het dinner in het restaurant is vooral ouderwets modern, met veel grote schotels met weinig erop en waarvan je nauwelijks kan achterhalen wat erin zit. Er is geen a la carte, er zijn alleen drie menu's, vanaf zo'n 50 euro en de goedkoopste fles wijn kost minstens 40 euro. Gelukkig stikt het bij de haven van de restaurants. En je hebt nog een geluk, het voetbalstadion van Olympigue Marseille met de misleidende naam van Stade Velodrome is vlakbii. We hoorden de club landskampioen worden. De architectuur van Le Corbusier was onder meer gebaseerd op het gebruik van geometrische figuren die naar de oervormen, de elementaire bouwstenen van het universum verwijzen. Met wit, donker en licht, en speciaal uitgezochte kleuren werden de vormen versterkt, afgezwakt en bepaald. De kleur blauw diende om een wand te laten wijken, zodat de ruimte groter werd. Rood gaf de wand zijn verankering. En wit, de kleur van de intelligentie, hield de kleuren bij elkaar. Over de kleuren van Le Corbusier schreef Jan de Heer een informatief boek: De Architectonische kleur. Uitgever: 010, uitgegeven in 2008. |