Geschiedenis

KLEIBURG Deze lange flat langs de metrobaan Ganzenhoef-Kraaiennest zou de mooiste renovatievan alle flatgebouwen krijgen. Het liep evenwel anders.

Kleiburg volgens Greg Lynn Kleiburg ligt in het BijlmerMuseum-gebied en toen de Bijlmer Vernieuwing, gestart in '92, enigszins op stoom kwam, bedacht eigenaar Nieuw Amsterdam -  die later opging in Patimonium, die weer fuseerde tot Rochdale - dat deze flat een visitekaartje moest worden. Kleiburg moest zo mooi en zo modern worden, dat alle flats in de Bijlmer er zich aan konden optrekken. Er zou mee bewezen worden, dat de hoogbouw een waardige toekomst kon hebben. En zo werd er een prijsvraag onder befaamde architecten uitgeschreven en werd tegelijk verordonneert dat Kleiburg de meest milieu-vriendelijke flat zou worden. De Amerikaan Greg Lynn  won de wedstrijd. Hij verdubbelde het aantal liften in de wand, tekende op elke etage portieken en voorzag het gebouw aan de buitenkant van een nieuwe, golvende gevel en roltrappen naar diverse etages. Enthousiast liet Nieuw Amsterdam een peperdure maquette bouwen en ging er mee de boer op. Helaas wilde geen geldschieter mee helpen en NA zelf kon het plan niet bekostigen. Het verdween in de ijskast. De bedachte milieu-maatregelen, zoals het gebruik van zonnepanelen, werden overgebracht naar buurtflat Kruitberg, want voor die maatregelen was immers al subsidie toegekend. 

Inmiddels wacht Kleiburg als enige in het gebied nog altijd op enige renovatie. Het gebouw is inmiddels totaal verloederd, vooral omdat de woningbouwvereniging er geen cent meer instak. De liften zijn meer dan 40 jaar oud (hun loopduur is eigenlijk 30 jaar), net zoals het ouderwetse cv-systeem, en de buitengevels zijn al meer dan 20 jaar niet gewassen. De bewoners hebben ondertussen het ene na het andere plan op zich zien afkomen, hoorden al diverse malen, dat ze konden vertrekken, maar tot heden is er geen plan waarmee stadsdeel en Rochdale aan de slag willen. 

Rochdale zou het liefst het hele gebouw slopen, omdat ze elk geloof in hoogbouw eigenlijk verloren heeft, simpelweg omdat haar personeel slecht in beheren is, hoogbouw in de Bijlmer vooral door armen bewoond wordt, en nieuwbouw minder beheer kost, meer rijken en meer geld oplevert. Het stadsdeel wil de flat overeind houden en stoeit nu met Rochdale, dat inmiddels een nieuw plan ontwikkeld heeft: sloop van de twee eerste poten bij  winkelcentrum Kraaiennest en verbouw van de twee laatste poten tot superluxe appartementen. De nieuwbouw en de luxe moeten het 'gebouw' een kwaliteits-impuls aan het hele gebied doen geven. Het plan vermindert in ieder geval het aantal arme bewoners in het gebied.

Update 2

Volgens de laatste berichten wordt de 2de poot van Kleiburg gesloopt. Het eerste deel aan de Karspeldreef  zal de eerste tien jaar nog als 'sociale huur' in de markt blijven en voor studenten geschikt worden gemaakt.  De achterste twee poten worden verbouwd tot luxe appartementen. Het slopen van een tussendeel is een oud idee, dat al in '83-'86 door Paul Bos cs bedacht werd.  De bewoners hebben inmiddels gehoord dat de peildatum op 1 november 2009 ligt, wat betekent dat ze vanaf die datum recht hebben op een verhuiskostenvergoeding van minimaal 5.200 euro en worden geholpen bij het vinden van een nieuwe woning. Iedereen die nu in de Kleiburg woont, moet verhuizen. November 2010 moet de flat leeg zijn.

Florijn nieuwVan Schagen Architecten uit Rotterdam gaat het plan voor Kleiburg maken. De opdrachtgever, Rochdale/DeltaForte, wil in het achterste deel - de twee luxe poten - hele korte galerijtjes met een lift, waaraan niet meer dan 3 woningen liggen. De onderste twee etages worden gereserv eerd voor bedrijven, terwijl op de 3de etage de bergingen komen. Men zoekt kopers die niet zo gewoontjes zijn en iets bijzonders willen.

Van Schagen renoveerde in de Bijlmer eerder Echtenstein en Florijn. Echenstein werd gesloopt behalve de 1ste poot aan de Daalwijkdreef. In het overblijvende deel verschenen in 2003 ateliers en bijbehorende woningen plus verblijven voor een junken-woonproject van het Leger dee Heils. Ook de twee andere E-flats - Egeldonk en Eeftink - zouden tot een poot worden teruggebracht, maar uiteindelijk werd besloten beide gebouwen geheel te slopen. Eeftink is inmiddels allang plat, Egeldonk wordt nu vermorzeld.

Florijn in de FD-buurt is op een tussenstuk na geheel bewaard gebleven. Er werd een nieuw, hoog appartementengebouw aan de kop gezet, en op de onderste lagen van Florijn kwamen sociale instellingen, bergingen en atelier-woningen. Foto toont het nieuwe Florijn.  

Update 3

Er wordt toch meer gesloopt dan gedacht. Er verdwijnen nog eens 60 woningen. Men kan namelijk niet overal zomaar slopen. Je moet de blokken overeind houden waarin het gebouw als constructie is opgedeeld. En die bouwblokken corresponderen niet met de lengte van de (vier) delen. De consequentie is dat je ofwel meer ofwel minder sloopt. Rochdale kiest voor meer sloop, want ze heeft het liefst zo min mogelijk huurders en is er nog altijd niet van overtuigd dat er voldoende kopers te vinden zijn. Rochdale wil ook in de hof van de flat een groot parkeerveld aanleggen, want zonder auto voor de deur denkt ze helemaal geen appartement te kunnen verkopen. Het schijnt daarover harde afspraken te hebben met het stadsdeel, die daar mee instemde om gehele sloop van de flat te voorkomen.  Een parkeergarage vindt Rochdale te duur, want de huizen in de Bijlmer hoogbouw brengen te weinig op om echt zwaar te investeren. Voor het enorme gat dat in het gebouw ontstaat heeft men nog geen oplossing. Men denkt voorlopig aan het planten van wat bomen. 

 

HET ONTWERP Als het aan de ontwerpers had gelegen, was de Bijlmer volgestrooid met vijvertjes, kleine pleintjes met bankjes, allerlei soorten paviljoens, een gezellige binnenstraat in de flat op 1-hoog, met de zon in het gezicht en vele winkeltjes. De politiek en geld besliste evenwel anders. We laten u hieronder enige ontwerpen zien plus een woningplattegrond, die indertijd revolutionair was. Veel groter dan ooit voor huurwoningen was bedacht en met ruimte voor alles en iedereen in het gezin.

gepl;ande voorzieningen
 
In het ontwerp had elk gebouw een aantal paviljoens, de zogenaamde collectieve ruimten, bedoeld voor ondermeer kinderopvang, hotelbedden voor logees, huiswerk maken en studeren, spelletjes, etc. De paviljoens lagen in het park, en buiten de paviljoens waren zitjes en vijvers. De ruimten zijn herkenbaar aan de zwarte blokjes bij de gebouwen. 
Het hoofdwinkelcentrum liep in het ontwerp van het Gulden Kruis naar het Bijlmer Station. Zie de langwerpige, grijze strook met de zwarte blokken. Bijna daaraan vast lag subcentrum Ganzenhoef, van Geinwijk tot aan Geerdinkhof. 

 

 

 

 ontwerp maaiveld

 

 

 

 

Hiernaast een tekening voor het maaiveld ontwerp, met zijn overdaad aan bomen en bijzondere plekken. Zie ook rechts de romantische houten brug. De bruggen zouden later in zijn meeste brute, betonnen vorm worden uitgevoerd. En dat is ook mooi. 
de binnenstraat

 

 

 

 

 

 

 

 

De binnenstraat met paviljoens. De binnenstraat was ook zo breed dat je er met lorry's doorheen kon. En ook de melkboer kon er met zijn kar kar in. Dit is overigens het 2de ontwerp. In het 1ste ontwerp lag de binnenstraat op de begane grond. Uiteindelijk werd het een binnenstraat aan de andere en koude kant van de flat.
woningplattegrond H-buurt rond 1970

 gk-kwadrant

Tot slot het GK-kwadrant in aanbouw. Het is het gebied met de metrolijn Ganzenhoef-Kraaiennest dwars door het gebied op hoge pilaren. Vanaf 1983 zou het 't Bijlmer Museum gaan heten. Rechts boven ligt aan de weg Grubbehoeve met Grunder, links boven is Gooioord, in aanbouw: Kleiburg. Gesloopt inmiddels: Grunder en Koningshoef onder Grunder. Op het gebied staan nu vinex-woningen. Kleiburg wordt zeer waarschijnlijk gedeeltelijk gesloopt. 
 

DE BEHEERDERS De Bijlmer werd oorspronkelijk door 13 woningbouwverenigingen beheerd.

GrubbehoeveOorspronkelijk wilde de gemeente de Bijlmer aan een eigen wbv of een cluster van enkele grote wbv’s geven. Onder leiding van Rochdale kwamen de kleintjes daartegen in verzet. Ze wilden allemaal groeien, meer woningen, meer geld en dus meer personeel en beter betaalde banen voor de top.  En omdat binnen de Federatie der WBV’s iedere club een stem had, konden zij hun idee er doordrukken.

De Bijlmer kreeg alzo 13 wbv’s met ieder een bezit naar rato van hun omvang op dat moment. Sommige flats werden daarom tussen verschillende wbv’s opgedeeld. Sommige kleinen, zoals Rochdale (Kikkenstein) zouden het heel goed doen. Andere kleinen heel slecht, bijv. Ons Belang (Gliphoeve). De netste en saaiste flats waren in handen van Patrimonium (Gooioord en Daalwijk), die ook heel erg op lette op de selectie van zijn bewoners. Patrimonium was een gereformeerde club, Schaepman een katholieke. Het gros hoorde bij links: AWV, Rochdale, Dageraad en bijv. Het Oosten

De 13 waren:

AWV, de  Algemene Woningbouw Vereniging

Amsterdams Bouwfonds

De Dageraad

Eigen Haard

Onze Woning

Ons Belang

Ons Huis

Het Oosten

Patrimonium

Rochdale

Dr. Schaepman                                                                                       

Het Westen

Zomers Buiten

+ Woningbedrijf Gemeente Amsterdam

Na 1983 waren het er nog 2: Nieuw Amsterdam, waarin 12 wbv’s hun Bijlmer-bezit afstonden en Ons Belang ( Geldershoofd – afsplitsing van het oude Gliphoeve -  en Kelbergen), plus het Amsterdams Woningbedrijf,  beheerder van de torens aan de Karspeldreef en ‘nieuwe buurtjes’ als Kortvoort, Heesterveld, Haardstee, Hoptille en Venserpolder.

De bruteringsoperatie in de jaren ’90 leidde tot velerlei fusies. Het gros van de wbv’s verdween. We kennen in Amsterdam nu nog Rochdale (groot eigenaar in de Bijlmer), Eigen Haard, Far West, De Key, Stadgenoot, de Wijkalliantie en Ymere (opvolger van het woningbedrijf). Het woningbedrijf beheerde ondermeer Hoptille, Heesterveld, Haardstee, Kortvoort, Venserpolder en de 4 torens langs de Karspeldreef.




De foto geeft de galerijkant van Grubbehoeve weer. Het gebouw werd tussen 2004 en 2007 gerenoveerd. 151 woningen bleven voorlopig huur, de andere 190 woningen kregen een toekomst als koop, waaronder 90 voor het bewonersinitiatief Koop Je Eigen Bijlmer. Onderop in het midden is een deel van de oude binnenstraat bewaard. De rest van de binnenstraat werd samen met het gros van de bergingen verbouwd tot nieuwe maisonnetes. Er kwamen op de begane grond ook bedrijfsruimten.
 

WONEN IN DE TOEKOMST In 1969 bracht de Federatie van Amsterdamse Woningcorporaties een brochure uit, die de Bijlmer aan de man moest brengen. Onderstaand de inleiding van 'Wonen in de toekomst'.

Laten we eerlijk stellen dat het ons een beetje uit de hand is gelopen. Niet alleen in Amsterdam, of in Nederland, maar in heel West-Europa. De steden groeiden en groeiden, de welvaart steeg en stelde nieuwe eisen en het verkeer zwol aan tot de helse processie van het spitsuur, een stroom van blik, die ‘morgens naar de binnenstad golft en ‘avonds stolt in de buitenwijken.

Maar terwijl het leven verandert op elk gebied, zijn we onze steden blijven bouwen op de oude, vertrouwde manier. We hebben het in de twintigste eeuw niet zo heel veel anders gedaan dan in de vijftiende eeuw. De woningen, ja, die zijn beter geworden. Lichter, beter doordacht van plattegrond, comfortabeler en met sanitaire voorzieningen die vijftig jaar geleden alleen voor de zeer rijken weggelegd waren.

Maar buiten de deur houdt alle komfort op. Wat dat betreft is de Goudkunst niet beter af dan de Dapperbuurt. De opzet is trouwens gelijk: Een trottoir, een smalle woonstraat, die uitkomt op een wat bredere straat, die weer uitkomt op een hoofdverbinding. Het plan is zo simpel als wat, alleen het bevat weinig groen, weinig speelplaatsen voor kinderen en sinds de explosie van het moderne verkeer, in het geheel geen rust.

Dat worden we ons de laatste jaren steeds meer bewust en we realiseren ons, dat onze klacht over gebrek aan speelruimte, aan parkeerruimte, aan rust en aan goed openbaar vervoer het stadsplan in het hart treffen.

We leven snel, en tien jaar is een tijdperk. Toen tuinsteden werden gebouwd was de woningnood ontstellend groot. Er moest snel worden gebouwd met te weinig geld en te weinig bouwcapaciteit. In die jaren was ook de groei van het verkeer, de huidige catastrofe niet te voorzien. Maar inmiddels is het wel duidelijk geworden, dat de stad van morgen er anders uit moet zien. De Bijlmermeer is het begin van het Amsterdam van morgen en daarom gaat er met de Bijlmer meer open dan weer een tuinstad.

Voor het eerst verrijst er in Nederland een uitgestrekte wijk, die gebouwd is voor een toekomst zoals we die steeds duidelijker op ons af zien komen. Want een paar zaken zijn nu volkomen klaar. Een volledige motorisering staat voor de deur. Over een paar jaar heeft iedereen een auto met als gevolg een zo geweldige verkeersopstopping, dat dit vervoersmiddel lang niet overal meer te gebruiken valt. Een nieuwe wijk heeft daarom goede parkeervoorzieningen net zo hard nodig als een doeltreffend openbaar vervoer.

Wie in de Bijlmer thuis komt loopt van zijn parkeergarage of het metrostation de flat binnen en komt in een kleine overdekte straat, die heel prozaïsch droogloop heet. Links en rechts zijn clublokaaltjes, sportzaaltjes, koffiebars, en andere dienstverlenende instellingen. Vanuit die gang voeren de liften hem naar zijn eigen flat en daar kijkt hij door het raam uit op een landschap, dat er over een jaar of wat zal uitzien als een groot Vondelpark: Boemgroepen, vijvers met eenden, heuveltjes met speelweiden en mensen die op bankjes zitten. Ook al zet hij zijn dubbele raam wijd open, hij zal voornamelijk geluiden horen, die we in de stad vergeten zijn: Vogels in de struiken, en een hond die in de verte blaft. Maar van zijn buren hoort hij niets, want de geluidsisolatie in de Bijlmerflats is beter dan elders. (helaas werd geen rekening gehouden met de toekomstige geluidsinstallaties en zijn gebruikers !!)

 
Unite d'habitation

corbusierbauLe Corbusier is een van grondleggers van de oude Bijlmer. Hij formuleerde met de Nederlander Van Eesteren in de jaren '30 de principes van de functiescheiding. Werken, wonen, verkeer en ontspannen moesten naast elkaar gelegd worden. Geen vermenging van functie, want dan zou elke functie een deel van zijn effectiviteit verliezen. Bij het begrip wonen werd Le Corbusier geinspireerd door de kloostergemeenschap: een groep mensen die niet alleen samen wonen in gelijke cellen, maar ook samen ruimte en activiteiten delen. In Europa ontwierp hij na de 2de wereldoorlog  zogenaamde unite's d'habitation ofwel grote woon-eenheden, met als bekendsten die van Marseille, rond '50, en de zogenaamde Corbusierbau in Berlijn, naast het Olympisch Stadion van Hitler, eind jaren '50. Het zijn hoge en langwerpige flatgebouwen met een prachtig, ritmisch gevelbeeld, ze staan op pilaren, dus los van de grond, kennen een binnenstraat voor ontmoeting binnen het gebouw, en er zijn andere collectieve ruimten. Op het gebouw in Marseille verschenen naast een dakterras een sportuimte en een kinderopvang. De vormen (zie foto) lijken op die van een oceaanstomer, voor Le Corbusier net zoals auto's het symbool van vooruitgang en globalisering. Het gebouw in Berlijn is eenvoudiger qua voorzieningen, maar heeft een zeer mooie hal en bijvoorbeeld een wasruimte.De foto toont de Corbusierbau in Berlijn. 

De Bijlmer-flats van Siegfried Nassuth zijn op hetzelfde collectieve idee gebouwd.unite in Marseille Er moest een binnenstraat op de begane grond komen, met daaraan gekoppeld in de vrije ruimte naast het gebouw: winkels en paviljoens voor gezamenlijke bezigheden. Door politieke en economische overwegingen werden zijn gebouwen evenwel lager en langer dan die van Le Corbusier. Zijn Marseille-gebouw kende 337 appartementen, terwijl in de Bijlmer gebouwen met 500 appartementen of meer voorkwamen. En door dezelfde belangen werd het collectieve in de Bijlmer uiterst armoedig uitgevoerd. Nassuth cq de dienst Stadsontwikkeling kreeg wel voor elkaar, dat hij een heel groot gebied mocht vorm geven. Dat geluk was Le Corbusier nooit beschoren. Hij moest het doen met enkele, losstaande gebouwen, zonder dat hij de omgeving van die gebouwen kon bepalen. Bij Le Corbusier staan de auto's ook voor en onder het gebouw, terwijl Nassuth zijn parkeergarages kreeg. 

De wooneenheden in Marseille en Berlijn werden jarenlang door de goegemeente verfoeid en takelden af.  Ze zijn echter beiden herontdekt door de succesvolle burger en glimmen onder de hemel, die bij Le Corbusier altijd zo'n grote rol speelde. In het 'volle licht' moesten zijn gebouwen hun vorm krijgen. 

Slapen bij le Corbusier in Marseille

Het gebouw staat wat schuin van de weg, hoog op zijn volumineuze, naar beneden gepunte pilaren van ruw beton, in een parkje met mooie bomen, wandelpaden, een tennisbaan, en een speelplek voor kinderen. La Cite Radieuse wordt het gebouw nu genoemd, hoewel die naam ooit was voor behouden aan het ontwerp van een complete nieuwe wijk in Antwerpen. Het is dus gewoon een wooneenheid, een Unite d'Habitation.

De betonnen vleugel van een vogel vormt de meters uitstekende entree naar zacht open zoevende deuren, een voorhal, nog een glaswand en dan een mooi, rechthoekige hal met ronde pilaren in een 'bedje' van ondergronds licht. Rechts nog een in- en uitgang, links bij de liften achterin de zitplaats van de conciërge en zijn kantoor, rechtdoor de drie grote liften met gebogen, rode kozijnen. Op 3-hoog bevindt zich een bar/restaurant, Le ventre de l'architect, waar in de ochtend ook het ontbijt wordt geserveerd voor de hotelgasten van Le Corbusier. Die verblijven beneden en hoog in het gebouw in kamers, in kleinere en grotere suites, ooit bedoeld als tijdelijk logement voor de gasten van bewoners.  Wij zitten de eerste week van mei 2010 in de top, op 8-hoog van het 12 etages tellende gebouw, direct naast de centrale en enige liftschacht. Een houten deur door, naar rechts, een gang in met grote opbergkasten, die bij de diverse suites behoren, en dan op 836 links af ons verblijf in. De suite is uitgerust met een woonkamer annex slaapkamer, een toilet/douche, en een keukentje, door een halfhoge kastenwand gescheiden van het slaap- en woongedeeltje. Toilet, hal en keuken zijn laag: 2.26 meter volgens de modulor, het maatstelsel van Le Corbusier voor de menselijke maat. Bij de scheiding tussen keuken en slaap/woon gaat de ruimte evenwel de hoogte in naar zo'n 2.60 meter. De breedte is zo'n 3.50. Houten parketvloer. En over de volle breedte, bij de balkondeuren, die alle vier helemaal open kunnen, een brede en houten zitrichel van zo'n 25 cm hoog.Je zit er buiten en binnen en Le Corbusier schijnt hem vooral bedoeld te hebben voor moeder de vrouw, die haar kinderen op het balkon laat rond scharrelen. De vloer van het balkon is van rode, grove, ongeglazuurde 20 x 20 cm tegels. Het muurtje bestaat uit betontegels met rechthoekige gaten, waar bovenop een betonnen balk, die afgeschuind is, zodat je er lekker op kan leunen. We kijken uit op de Middellandse Zee in het oostelijk gedeelte van Marseille. Helemaal links, voorbij een piepklein haventje, bij een in de zee uitstekende punt van het bergmassief, beginnen de beroemde steile wanden van Marseille met hun smalle strandjes, - de Catalanques - vooral bereikbaar via zee. Dat ontdekken we later, net zoals de kustweg, die vanaf het genoemde punt, kilometers lang, naar de oude haven van de stad leidt, een diepe inham, vol plezierschepen, afgegrensd door twee forten, oude panden uit de 18e en 19e eeuw en ook heel veel nieuwbouw. Net Rotterdam, maar dan nog zonder wolkenkrabbers en andere, glimmende parels van het vrije ondernemen. Die zijn ze nu bij de commerciële haven, voorbij de oude haven, aan het bouwen. Marseille is op dit moment vooral nog een stad van de wederopbouw uit de jaren '50-'80. Het is een rommeltje met veel parken, strakke 19e eeuwse gevelwanden, autovrije routes, overal neergepleurde flatgebouwen, twee tram- en metrolijnen, tientallen buslijnen, en eindeloos kaarsrecht doorlopende verbindingswegen, zoals de route die begint bij het treinstation St. Charles, langs de oude haven gaat en via Rue de Rome overloopt in Avenue du Prado en Boulevard Michelet, waaraan de Unite d'Habitation van Le Corbusier ligt, zo'n drie kwartier stevig wandelen van de bootjes.

gevel cite radieuse

entree cite radieusematernelle cite radieuseentreehal cite radieusesuite cite radieuse

Met pijn in de poten staan we weer op ons balkon, met voor ons het dorpje St. Anne, dat door Marseille werd opgeslokt. Links de enorme supermarkt van Casino, rechts een hoog, lichtelijk gebogen appartementencomplex. We voelen ons prettig in het kloostergebouw van de architectuur visionair, een klooster omdat die samengebalde samenleving Le Corbusier inspireerde tot een wooncomplex voor alleenstaand en samenwonend, al dan niet met kinderen, met op het dak een zwembad en renbaan, met allerlei ruimtes van gezamenlijke activiteiten door het gebouw heen, met binnen het gebouw gelegen ontsluitingsstraten naar de woningen en een grotere en hogere binnenstraat op 3- en 4-hoog voor winkeltjes en bedrijven. 

Het gebouw wordt op dit moment gerenoveerd en dus is het dak helaas afgesloten. Geen activiteiten. De  zeekant is gerepareerd en opnieuw in de verf gezet, zodat de gevelwand met zijn 1- en 2-laagse woningen weer voorzien is van de heldere, primaire kleuren, aangebracht op de zijvlakken van de balkons en de onderkant van de horizontale geleiding. De kopgevels en de wegkant zien er nog verwaarloosd uit. Het interieur van het gebouw ademt nog veel van de jaren '50, met zijn oude houten deuren, de lage, spaarzaam verlichte binnenstraten die de woningen ontsluiten en de met viltstift geschreven aankondigingen van allerlei bewonersactiviteiten in de diverse ruimten, zoals kinderopvang en kunstexposities in de entreehal. In de gedeeltelijk hoge binnenstraat op 3-4hoog zitten behalve het restaurant een kleine bakkerswinkels annex supermarktje, galeries en kantoren, waar men zich vooral bezig houdt met architectuur. De straat zelf is dringend aan een opknapbeurt toe, net zoals andere leegstaande ruimten. Maar telkens weer valt op met hoeveel zorg alles is vormgegeven. Dat uit zich in het bijzonder in het kleurgebruik. Overal wordt kleur als een warm accent gebruikt. In onze suite overheerst een zachtgrijs in diverse tinten, maar er is ook een zachtgele wand en de binnenkant van de opbergkasten bij de keuken is in verschillende felle kleuren. Altijd afgewogen harmonie die niet saai wordt. Ambachtelijk spectaculair, zo zou je de Unite kunnen omschrijven. Maar die beroemde ligstoel van Le Corbusier, waarmee onze suite is uitgerust, die moet je vooral beschouwen als een design-ding. Lekker liggen doe ie niet. En het dinner in het restaurant is vooral ouderwets modern, met veel grote schotels met weinig erop en waarvan je nauwelijks kan achterhalen wat erin zit. Er is geen a la carte, er zijn alleen drie menu's, vanaf zo'n 50 euro en de goedkoopste fles wijn kost minstens 40 euro. Gelukkig stikt het bij de haven van de restaurants. En je hebt nog een geluk, het voetbalstadion van Olympigue Marseille met de misleidende naam van Stade Velodrome is vlakbii. We hoorden de club landskampioen worden. 

De architectuur van Le Corbusier was onder meer gebaseerd op het gebruik van geometrische figuren die naar de oervormen, de elementaire bouwstenen van het universum verwijzen. Met wit, donker en licht, en speciaal uitgezochte kleuren werden de vormen versterkt, afgezwakt en bepaald. De kleur blauw diende om een wand te laten wijken, zodat de ruimte groter werd. Rood gaf de wand zijn verankering. En wit, de kleur van de intelligentie, hield de kleuren bij elkaar. Over de kleuren van Le Corbusier schreef Jan de Heer een informatief boek: De Architectonische kleur. Uitgever:  010, uitgegeven in 2008.

 
Meer artikelen...