



In de glorie tijd van de Amsterdamse wethouder Jan Schaefer, zo rond de jaren '80, werd er driftig in Zuidoost gebouwd. Laagbouwwijken in Gaasperdam, die vele Bijlmer-inwoners weg zogen, Venserpolder van Carl Weeber, Haardstee, Hoptille van Kees Rijnboutt, Kortvoort en Heesterveld van Van Gool/ Pi de Bruijn. Allemaal laag, niet meer dan 5 bouwlagen, sommige buurtjes als Haardstee en Hoptille nog met een grote parkeergare, anderen met parkeren voor de deur. Anti-Bijlmers werden ze genoemd, deze buurtjes zonder veel groen, zonder liften, zonder galerijen maar met portieken. Ze waren allemaal in het beheer bij het Gemeentelijk Woningbedrijf, want de wbv's hadden hun buik van de Bijlmer meer dan vol.
Twee buurten waren al snel het risee van de volkshuisvesting. Het langwerpige hoofdgebouw van Hoptille werd zo beroerd bewoond en beheerd, dat al snel de 300 meter lange binnenstraat op 2-hoog werd onmanteld. De binnenstraat bleek niet een aanjager van samenzijn te zijn, zoals gehoopt, maar transformeerde dankzij zijn bewoners en de beheerder niet te vergeten tot een soort overdekte Westkruiskade in Rotterdam, eertijds een beruchte allee van junken en crimineel gedrag.
Heesterveld werd een andere mislukking. Er waren een hoofdgebouw en een paar zijgebouwen neergezet met alleraardigste, grote woningen, met ook een soort terrassen op het dak. En had de architect bedacht: we situeren de tuinen voor de benedenwoningen aan de buitenkant van de blokken, en parkeren doen we onder andere in het hof van het hoofdgebouw. De entree naar dat hoofdgebouw geven we een poort.
De poort werd de hangplek voor dealers en junks. De parkeergelegenheid veranderde in een uitstal-vitrine van dikke mercedessen, waarin Yoegoslavische zigeuners rond toerden en uiteraard ter verkoop aanboden. De zigeuners behoorden tot een grote familie die in heel Europa zijn nogal duistere handel dreef en ook elders in de Bijlmer te vinden was. In hun tuinen organiseerden ze slemp-partijen rond biggen aan het spit.
Natuurlijk kwamen er beheers-maatregelen. De parkeerplek werd een speelplek en op een ander pleintje kwamen ook speeltuigen en boompjes. En toen werd Ymere opgericht als vervanger van het Gemeentelijke Woningbedrijf, een zelfstandige woningstichting, die ook ontwikkelt, en die bedacht dat sloop het beste was voor deze getto-buurt langs het metrospoor. Maar dat idee werd niet meteen met alle stelligheid geponeerd. Eerst moest goede wil getoond worden. En zo werd 2 jaar geleden samen met het Nederlands Architectuur Instituut een wedstrijd uitgeschreven: bedenk een plan om Heesterveld te redden en maak iets voor de succesvolle migrant. Er hoorde een boekje bij, waaruit de bijdrage van architectuur-historicus en Crimson-directeur Wouter van Stiphout werd verwijderd, omdat die te kritisch was en een stem voor het architecturale hoogstandje dat Heesterveld volgens Wouter ondanks alles was.
De prijsvraag kreeg een winnaar, maar dat doet niet meer te zake. Heesterveld gaat plat, de bewoners mogen vanaf 1 oktober jl. een nieuwe woning zoeken. Er zal ook wel een nieuwe naam voor het gebiedje komen, bijvoorbeeld Heesterstate of Hof der Bloeiende Heesters.