Geschiedenis

sloop ED buurt

Ook Jan des Bouvries verdwijnt in de betonmolen

eeftink

De Bijlmersloop vordert gestaag, maar langzaam aan, want de poen is op. Nieuwbouwplannen liggen stil. Aan de Daalwijkdreef liggen de D- en E-flats. De dreef werd ooit door stedebouwkundige Ashok Bhalotra uitgeroepen tot de kade van de Bijlmer. Hij bedoelde dat natuurlijk in overdrachtelijke zin. Bij Bhalotra staat immers de metafoor voorop. Er moest dus bedrijvigheid komen zoals in de (oude) haven. Bhalotra werd echter naar huis gestuurd, hoewel eerst zo warm omarmd door stadsdeelvoorzitter Ronald Janssen en de NA-directeur Rene Grotendorst. Hij zou de nieuwe Bijlmer aan elkaar knopen, maar er kwam geen straat der 1000 culturen (een soort slingerpad, dat west met oost moest verbinden en ruimte zou geven aan bedrijfjes en ambachten), geen plein der continenten, geen meanderende waters, geen gated community in een onder water gezet Bijlmerpark en dus geen kade. De kade wordt afgebroken, zelfs de poten van de eerste flats, die men liet staan na sloop van de rest van de gebouwen en die bedacht waren als huisvesting voor jongeren, studenten, hotels etc. Rochdale, de eigenaar, ziet er geen markt voor. En zo blijven alleen Echtenstein over, huisvesting voor daklozen en kunstenaars, en de twee poten van Daalwijk: studentenwoningen, sociale huur, en in de plint bedrijfjes + kinderopvang. Eeftink, Egeldonk, Dennenrode en Develstein verdwijnen in het geheel. Ze worden door een grote machine weggekrabd, appartement voor appartement, strang voor strang. Ook de garages zullen verdwijnen, waar zich ooit vele bedrijven vestigden, zoals de bar van de marron-organisatie Sipaliwin, hoewel ze natuurlijk uitstekend dienst zouden kunnen doen als de 'groentenschuren' van de Bijlmer. Met voldoende ledlampen kan je de hele Bijlmer en meer elke dag van groenten kan voorzien, zoals experimenten uitwijzen. En zonder led heb je prachtige, donkere ruimten voor champignons en witlof, een oud idee van Paul Bos.

Het wordt allemaal vervangen door de nieuwe ideologie van straatjes, autootje voor de deur, en eigen tuintjes, afgeschermd met hoge, houten muren. En zo verdwijnt ook het ontwerp van Jan des Bouvrie, die in de jaren '80 de eervolle opdracht kreeg om de E-flats op te leuken met sfeervolle in- en uitgangen. Zie de foto met de glazen baksteen. Op de foto's ook nog het huidige Daalwijk, zie hoe fantastisch het er eigenlijk bijstaat; een onderdeel van Daalwijk met de oude ingang via een heuveltje, nu vervangen door een ijzeren trap, voor de huidige bewoners. In de eerste poot zullen ze vervangen worden door studenten. Die poot krijgt ook een geheel nieuw aanzien. De betonnen panelen met schietgaten, die nu de balkons en galerijen vormen, worden vervangen door glas. Dat is vriendelijker zegt men. 

daalwijk

daalwijkeeftink des bouvrie

 

Schaap met vijf poten

Een van de populairste tv-programma's in de jaren '60 was de volks-soap ' Het schaap met de vijf poten'.

In de serie werden veel liedjes gezonden. En een daarvan ging over de Bijlmer.

Luister en kijk: Bijlmerlied

 

De mislukte Bijlmerdreef

overgenomen van de weblog 'MetroindeBijlmer', januari 2010

In alle verkiezings-programma's komt de vernieuwing van de Bijlmerdreef nauwelijks aan de orde. Die is blijkbaar geslaagd. En ook in het politieke debat van de afgelopen jaren werd, zover wij weten, nooit gevraagd om een grondige evaluatie van wat die vernieuwingsplannen ons precies gebracht heeft, behalve een architectuurprijs en vogelaar-wijken.
Maar als je door de West Kruiskade van Rotterdam loopt, of door de Utrechtsestraat in Amsterdam, of de Haarlemmerstraat/dijk, of het Van der Helstplein en omgeving, dan weet je dat met ontwikkeling van de Bijlmerdreef een grote kans gemist is.

 De dreef is nu niet veel meer dan een krakkemikkige verbinding tussen twee winkelcentra met een zeer beperkt assortiment. Je mist er bijna alles wat genoemde routes zo leuk maakt: de vele, diverse restaurants en groenten-winkels, de boetiekwinkels, de galeries, de speciaal-zaken, de fiets- en skeelerwinkel met schaatsen enz. De Bijlmerdreef is de wereld van nassi, bami, surinaamse broodjes, overdekte hangplekken, kappers, haarstukken, goedkope schoenen, spijkerbroeken en nog meer armoedecultuur. Daar is op zich niks mee, maar als je van de Bijlmer een 'grootstedelijk gebied' wil maken, de immer beleden droom van de vernieuwers, dan mag je meer verwachten.
Hier wreekt zich het uitgangspunt van de vernieuwing: we bedenken per gebiedje een leuk plannetje en vragen eerst de markt wat die ervan vindt. Later proberen we de boel weer aan elkaar te knopen.

Er werd dus niet gewerkt aan een concept voor de Bijlmerdreef, zoals in de jaren '80 toen Koolhaas en DRO, in afgezwakte vorm, voorstelden de dreef om te bouwen tot zoiets als Bijlmer Arena nu is, maar dan nog stedelijker, met: drive-in autobedrijven, autowas-bedrijven, Villa Bijlmerdreef, andere megastores,  Pathe Gooiseweg, kantoreDe oude Bijlmerdreefn, restaurants, en cafeetjes.
Dit plan behoefde een halfhoge weg, zodat je met de auto zo naar binnen kon.
De vernieuwing had er niks mee. De Bijlmer moest gezellig worden, dus dreef omlaag,  de Bijlmer verdiende een menselijke maat, dus fijne woonbuurtjes aan de dreef. Een Gulden Kruis, een nieuw Geinwijk, een nieuw Gerenstein, Vogeltjeswei en waar de dreef hoog moest blijven: blokken appartementen, twee woontorens en kantoren zoals dat van het Stadsdeel. En als het kon, stopte je ergens een winkel in, een kantoor of een dansstudio. 

Maar het is dus niks die Bijlmerdreef. In het oosten begin je rechts met een blokje woningen van nieuw Grunder, dan een sloot, dan een enorm gebouw, dat zich niet aan de Bijlmerdreef opent, en links heb je wat groene taluds zonder deugdelijk voetpad. En verder ga je, via rotondes, die de dreef hinderlijk doorbreken, langs een winkelrijtje zonder uitstraling, langs degelijke gevels, en nooit is er een doorgaande fiets- en wandelroute, helemaal geen fietsroute zelfs. Lopend moet je bijvoorbeeld bij Ganzenhoef omhoog, weer omlaag, en bij de Gooiseweg zit je vast, net zoals aan de overkant. Daar moet je via Vogeltjeswei ofwel om, of via een brug zonder voetpad verder naar het trottoir naast het Stadsdeelkantoor, dat zich aan die kant volledig van het straatgebeuren heeft afgeschermd.

De Bijlmerdreef had zonder route en ruimte doorbrekende rotondes gemoeten en vanaf de Gooiseweg geen afslagen naar de dreef. Misschien had men die weg wel moeten omleggen, zoals Bhalotra ooit voorstelde en meteen werd uitgelachen. Desondanks: weg met dat viaduct.
Men had moeten investeren in een prachtige, doorgaande winkelpromenade. En het Stadsdeel had  een ontwikkelingsmaatschappij moeten oprichten, zoals Amsterdam ooit deed voor de Haarlemmerstraat, de Zeedijk en laatstelijk voor de Wallen, die zorgde voor goedkope panden, zodat er ruimte kwam voor velerlei speciaalzaken en horeca-gelegenheden. Een kleine, leuke handel begint tenslotte met een lage huur, zoals geheel Amsterdam bewijst. Hoge winkelhuren zoals op de Poort genereren alleen Kalverstraat-winkels.

En zo'n dreef had er ook voor gezorgd, dat het Anton de Komplein niet een armoedig sluitstuk is van de Poort, maar een volwaardige entree vanuit de Bijlmer, zoals overigens ooit de bedoeling was. En heel misschien had men de oude Bijlmer gewoon zijn gang moeten laten gaan, met waar nodig stevige controle en kleine ingrepen, want zonder groei van binnenuit, en zonder goedkope panden, die ontstaan als iets geen functie meer heeft, blijf je overgeleverd aan plannen, die elke ontwikkeling afbreken. Ze beginnen simpelweg met iets nieuws, waar de nieuwe ideologie en de markt in gelooft.

 

In deze rubriek kunnen (ex) bewoners van de Bijlmer hun verhalen kwijt. Stuur ze op naar: Dit e-mail adres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . Foto's en tekeningen mogen natuurlijk ook.

Sanny Kwee's  rubber bootje

Ik ben een oude bewoner van de Bijlmer, woonde eerst in Kleiburg vanaf 1970 tot Gein in 1999. Ik vind het triest om te zien hoe de Bijlmer in de loop der jaren is verloederd, dit is naar mijn mening de schuld van het stadsbestuur die maar iedereen in de Bijlmer stopt. Ik weet nog hoe mooi het was toen de Bijlmer nog floreerde, prachtig plan dat loop en fietsgebied onder de autoweg. Ben een aantal jaren geleden geweest naar tentoonstelling van 40 jaar Bijlmer en bij het zien van al die oude foto's werd ik er erg emotioneel van, ik herkende alles en vind jammer dat nu alles wordt gesloopt. Ik ga laatste tijd wel vaker de Bijlmer op om foto's te maken van de oude situaties zoals de plaatsen die mij bekend zijn.Bijvoorbeeld zoals dat bruggetje naar dat eiland waar nu het beeld staat, daar heb ik heleboel van mijn vrienden leren kennen bij het vissen en speelde ik op mijn rubber bootje.

 

 

De Bijlmer: hoogte- en dieptepunt van de woningwet van 1901

In de 19de eeuw ontstond door de industriële revolutie grote woningnood in alle steden. Het verarmde plattelands trok als 3de wereld migrant naar de nieuwe paradijzen van welvaart om daar in erbarmelijke omstandigheden bij elkaar gehokt te worden. Geen toiletten, geen stromend water, geen gescheiden kamers, een bed voor het hele gezin. TBC werd een epidemische volksziekte. De woningnood werd bestreden door speculanten die in Amsterdam buiten de Stadhouders/Nassau/Mauritskade wijken als de Pijp optrokken. Woningen van 30/40 vierkante, twee stuks per etage. Ook de Jordaan, binnen de watergordel van de hoofdstad, werd er mee volgeplempt.

In het zog van de speculanten kwamen goedwillende dames en heren met een ruime portemonnaie, die een menswaardiger woning trachtten te bouwen. En tot leidde in 1901 tot de woningwet, waarbij het rijk renteloze leningen ging verstrekken aan iedere groep mensen, die betere woningen voor de arbeider wilde neer zetten, waar ze overigens in Engeland al veel eerder mee begonnen waren. Bijvoorbeeld in Rochdale, midden 1900. Natuurlijk kreeg niet iedere groep geld, je moest aan voorwaarden voldoen, wilde je een toegelaten instelling worden.

Er werden woningbouwverenigingen opgericht, de eerste in 1907 door Amsterdamse paardentrambestuurders, die hun club Rochdale noemden. Er kwamen er meer, veelal opgericht door bepaalde groepen arbeiders, bijna altijd van linkse huize. En dat lokte weer een reactie uit van de christen-burchten in de samenleving. De gereformeerde werkliedenvereniging Patimonium richtte een gelijknamige woningbouwvereniging op. De pastoors stimuleerden de oprichting van Dr. Schaepman, genoemd naar de belangrijkste voorman van de toen nog geknechte, katholieke bevolkingsgroep. Amsterdam telde algauw tientallen wbv’s en hun actieve, maar ook bemoeizuchtige steunpilaar bij de gemeente werd ambtenaar Keppler, baas woningdienst, in de rug gedekt door socialistische SDAP-wethouders als Wibaut en De Miranda.

Met zijn allen vonden ze tussen 1910 en 1925 het arbeiderspaleis uit: blokken woningen vol niet te grote appartementen, 40-50m2, maar met toilet, stromend water en geen alkoof of bedstee meer, de onhygiënische, afgesloten en piepkleine slaapkamer. De vormgeving werd gedaan door linkse, moderne architecten als Van der Pek en Berlage. Het was allemaal nogal zeer sober en functionalistisch tot Michel de Klerk in de Spaarndammerbuurt het indertijd vermaledijde burgerlijke ornament tevoorschijn haalde en zijn inmiddels wijd en zijd befaamde Het Schip neerzette, met kleur, ornamenten en golvende baksteenwanden. De Amsterdamse School was geboren, en stierf toen hij te duur werd.

Kinderbuurt, van der Pek

 Het Schip, M. de Klerk

In de jaren 20-30 verschenen in Amsterdam noord ook de zogenaamde tuindorpen als Nieuwendam naar het idee van de Engelse stedenbouwkundige Ebenezer Howard. Met poorten afgesloten buurtjes: hoven en tuinen, en veel eengezins. De goede arbeiderswoning stond definitief op de kaart, gebouwd met geld van de overheid en beantwoordend aan steeds strengere regels van diezelfde overheid. De hoogte van de woning werd bepaald, de keuken moest afsluitbaar zijn en niet groot om te voorkomen dat mensen daar in de stank gingen wonen, de wc moest apart van de rest van het huis, enzoverder. Inmiddels was er evenwel; nog altijd weinig tot geen aandacht voor de huisvesting van de arme sloebers, die niet op de loonlijst van een fabriek of kantoor stonden. Zij bleven overgeleverd aan de grillen van de woningspeculant. Binnen de wbv’s was voor hen geen plek en ze waren evenmin in staat hun eigen wbv op te richten. De wbv’s noemden hen al in 1901 de ‘ontoelaatbaren’ ofwel ‘niet welkom in onze woning’. Vanaf de jaren ‘25 kakte de woningproductie van de wbv’s in. Er was minder woningnood, minder geld en de private ondernemers sloegen meer aan het bouwen. Allemaal redenen voor de overheid om de hand op de knip te houden.

De tweede wereldoorlog leverde een enorme hoeveelheid weggeschoten en vernielde woningen op, met relatief gesproken het hoogste percentage in Rotterdam. Gebouwd moest er worden en snel en goedkoop. De kas was leeg. De overheid trok al snel alle touwtjes naar zich toe. De huurprijs werd onderdeel van de geleide loonpolitiek. In het kort gezegd: hoe lager de huren, hoe minder looneisen, hoe lager het loon, hoe meer producten die door hun lage prijs geëxporteerd konden worden, hoe sneller de welvaart zou stijgen.

De wbv’s werden administratiekantoren van de overheid. Zij mochten de mensen plaatsen, de huizen onderhouden tegen door de overheid vastgestelde bedragen en de huur ophalen: de stedenbouwkundige plannen en de vormgeving van de huizen kwamen in handen van de gemeenten. Bovendien werden de gemeenten verantwoordelijk gesteld voor de leningen die de overheid aan de woningbouw verstrekte. Woningbouw werd een staats aangelegenheid met in Amsterdam machtige posities voor Stadsontwikkeling en de Woningdienst als gevolg.

Overtoomse Veld, 2009Overtoomse veld, rond '60het Breed

Stadsontwikkeling werd de projectontwikkelaar en stedenbouwer. Zij bepaalde waar en wat gebouwd werd. De Woningdienst leverde de architecten. De Amsterdamse overheid bepaalde dat er bijna uitsluitend gebouwd moest worden voor de arbeider, want daar lag natuurlijk het belang van het altijd linkse gemeentebestuur. Het zou tot en met de bouw van de Bijlmer duren voordat men met dat uitgangspunt brak. In eerste instantie werd vooral gebouwd in Amsterdam West: Slotermeer, Slotervaart, het Overtoomse Veld, Geuzenveld en Osdorp. Later ook in Amsterdam Noord, onder meer Molenwijk en het Breed, ten oosten van Amstelveen: Buitenveldert. Het gebeurde allemaal op basis van een plan uit 1934/35, het Amsterdams Uitbreidings Plan, AUP, geschreven door Stadsontwikkeling onder leiding van Van Lohuizen en Van Eesteren. Laatste zou tot de jaren ’60 de baas van Stadsontwikkeling blijven. Van Eesteren streefde naar een functionele stad met in de buitenwijken veel groen en ruimte. Dat kwam er, net zoals grotere woningen. In west kregen gezinnen woningen van 60 tot 85 m2.

Het laatste kunstje van Stadsontwikkeling, gemeente en rijk zou de Bijlmer worden: de meest geavanceerde woningwetwoning van zijn tijd, met liften, overvloedig douchewater, stortkokers, gezinsappartementen van 96m3, en flatblokken in zeeën van ruimte, met de auto veilig in garages, daar naartoe geleid door verkeersveilige, halfhoge wegen. Veel van al het mooie dat bedacht was, sneuvelde op de financiële eisen van het rijk, die nogal hamerde op lage huren, en op het geldgebrek bij de wbv’s en de gemeente. En tegelijk bleven de huren stijgen. Het plan was voor de condities van die tijd domweg te duur.

Het beheer van de Bijlmer werd overgedragen aan de wbv’s, die eerst razend enthousiast waren over deze nieuwe stad van de toekomst, maar dat bekoelde snel, toen de Bijlmer een doorgangshuis en migrantenstad werd. De Bijlmer vrat hun geld op door alle kosten die ze moesten maken en die onvoldoende gedekt werden door de bedragen die ze uit de huur mochten besteden aan onderhoud en beheer. En uiteindelijk kwamen al die tekorten terecht bij de gemeente, die verantwoordelijk was voor terug betaling van de rijksleningen. Eind ’80 bedroeg het tekort van Nieuw Amsterdam, die inmiddels het bezit van de andere corporaties in de Bijlmer had overgenomen, zo’n 100 miljoen gulden en daar zou ieder jaar minstens 17 miljoen bij komen. De wbv was feitelijk failliet.

Het betekende de sloop van de oude Bijlmer. Er moest een rijkere bevolking naar toe en de te slopen huur-appartementen moesten vooral vervangen worden door koopwoningen, liefst eengezins. Hoe meer koop, hoe minder het financiële risico van wbv en gemeente. Inmiddels had het rijk ook ontdekt dat de volkshuisvesting eigenlijk niet meer centraal te financieren was. Alle leningen plus ook nog objectsubsidies drukten te zwaar op de begroting van het rijk en met de euro in aantocht, die een gezonde balans vereiste, werd rond de jaren ’90 besloten de wbv’s te verzelfstandigen. Het werden private ondernemingen met een publiek doel, die alle huizen die ze in beheer hadden als hun eigendom mochten beschouwen en in het vervolg nog nauwelijks gehinderd door het rijk voor projectontwikkelaar mochten spelen. Vele wbv’s werden er schatrijk van, want alle huizen, waarvan de leningen inmiddels afbetaald waren, vormden op de balans een reusachtig kapitaal, dat via verkoop verzilverd kon worden en ingezet als onderpand voor bankleningen.

Het luidde het einde in van de oude wbv. En was de bouw van de Bijlmer het hoogtepunt van de woningwetwoning, de sloop van de Bijlmer luidde de neergang van de invloed ter wbv-leden, zeg maar de burger in. Zij als dragers van de wbv-gedachte - bouwen voor jezelf, je collega’s, je vrienden en geloofsgenoten – en gezamenlijk ‘eigenaar’ van die wbv, dus bestuurder, werden van hun troon gestoten en gedevalueerd tot consument. En dat was natuurlijk een beweging die al meteen na de oorlog inzette, toen de overheid de wbv’s  steeds meer voor haar karretje spande. De woningwetwoning werd afgeschaft, maar als het om sociale huurwoningen gaat, bepaalt de overheid nog altijd de hoogte van de huur en bijvoorbeeld de hoogte van het huis.

De krakkemikkige speculatiehuisjes in de Pijp en de Jordaan brengen in de verkoop gigantische bedragen op. West wordt inmiddels vooral gesloopt, de Bijlmer is voor de helft gesloopt. De ontoelaatbaren - de arme migranten van nu - wachten nog altijd aan de poort van de volkshuisvesting. Ze zijn overgeleverd aan huisjesmelkers, vaak landgenoten, die hun woningwetwoning per kamertje, per bed of stoel onderverhuren. Gelukkig zijn de hygiënische omstandigheden een stuk verbeterd.

 

 

 
Meer artikelen...